over mij

Terschelling — Schylge, zoals wij thuis zeiden
Elke zomer gingen we erheen: heit & mem, mijn twee oudere broers en twee oudere zussen. Één keer per jaar op vakantie. Ik vond het magisch. En Schylge? Het werd mijn walhalla. De Brandaris, de duinen, het strand, de geuren en kleuren. Nog steeds brengt het eiland me terug naar mijn jeugd en mijn eerste ‘team’: mijn gezin van herkomst. Daar ligt een deel van wie ik ben. Dat besef — dat je biografie en herkomst doorwerken — draag ik mee in leven en werk.
Het werkende leven
Op mijn 23ste stapte ik na mijn studie Sociale Geografie aan de RUG het werkende leven in. Vol energie, maar zonder een duidelijk beeld van wat ik zelf écht wilde. Dat kreeg geleidelijk vorm. Pas een aantal jaren later, in de advieswereld, viel er iets op zijn plek. Daar merkte ik hoe mijn belangstelling voor mensen, organisaties en samenwerking samenkwam.
Toen ik vervolgens ging werken in het post‑initiële onderwijs en in professionele leeromgevingen, werd dat alleen maar sterker. Werken met leergierige professionals, leerprocessen begeleiden en samen zoeken naar wat er nodig is — daar voelde ik mij op mijn plek.
Wat me blijft boeien
Niet het kloppende verhaal. Het loopt toch altijd anders. Het ‘echie’ is de rommelige realiteit: je maakt plannen en het leven haakt er dwars doorheen. “Life is what happens to you while you’re busy making other plans,” zei John Lennon. Precies daarom voelt het leven voor mij als een expeditie in levenskunst: fraai én frustrerend, vaak tegelijk. We zoeken naar betekenis, en vaak weten we het niet — niemand. Dáár zit de leerzone: in het (nog‑)niet‑weten, in het proberen en bijstellen. En juist daar heb je elkaar nodig.
Ondernemen ontdekte ik later
Het zit wat verscholen in mijn familiegenen. Ik stelde het lang uit, maar dacht er vaak aan. Toen ik de stap zette, ging het zeker niet vanzelf. Met vallen en opstaan — en dankzij mijn omgeving — leerde ik dat ik het niet alleen hoef te dragen. Mijn eigen ‘first team’ thuis, familie, vrienden en vakgenoten: ik sta op hun schouders.
En nu?
Als vijftigplusser (de tijd vliegt echt!) wil ik me blijven verwonderen — soms in vervoering raken, zoals dat jongetje op het strand van Schylge. Ik wil tevoorschijn komen, met mijn twijfels en onzekerheden, en anderen uitnodigen dat ook te doen. Dat lukt me lang niet altijd maar ik blijf het proberen.
Tot slot
Ik wil zorgvuldig omgaan met deze bizar mooie, maar ook kwetsbare planeet — “met deze aarde moeten we ’t doen”, zoals André Kuipers zegt — en dat meenemen in hoe ik leef en werk. Tegenslagen en zoektochten? Genoeg. Maar gelukkig is er ook veel om van te genieten en om te lachen, vooral als het me lukt mezelf niet altijd zo serieus te nemen ;-)

